Sinds 1 januari 2024 bestaat er beleid voor kruisbesmetting en Precautionary Allergen Labeling (hierna: PAL). De PAL waarschuwt een consument voor een risico op een eventuele kruisbesmetting. Bedrijven hebben twee jaar de tijd gekregen om het beleid te implementeren. Vanaf 1 januari 2026 zullen daarom alle geproduceerde (voorverpakte) producten moeten voldoen aan de Beleidsregel allergenenetikettering uit voorzorg.
Aanleiding: Europese regelgeving
Dit beleid is ingevoerd als reactie op de in 2021 aangepaste Verordening (EG) Nr. 852/2004 inzake levensmiddelenhygiëne. Hieruit volgden nadere eisen om schoon te maken na het verwerken van allergenen. Vervolgens heeft de Europese Commissie deze regelgeving in 2022 toegelicht met de publicatie van een Mededeling (2022/C 355/01). Het uitgangspunt dat door de Commissie wordt aangehouden in de Mededeling is de preventie van kruisbesmetting.
Daarbij wordt benadrukt dat er voedingsmiddelenbedrijven een inspanningsverplichting geldt om kruisbesmetting te voorkomen en dat preventie in alle gevallen de eerste stap dient te zijn. Alleen indien er daarna nog een daadwerkelijk risico blijkt te zijn voor de consument, zal een PAL moeten worden gebruikt.
De etikettering uit voorzorg, oftewel PAL, is volgens de Mededeling enkel mogelijk op basis van de volgende twee stappen:
- Het nemen van preventieve maatregelen om kruisbesmetting te voorkomen of maximaal te beperken, waarbij grondstofinformatie en reiniging belangrijke aandachtspunten zijn.
- Een risicobeoordeling om een reëel risico vast te stellen en daar waar mogelijk te kwantificeren als het voorkomen van kruisbesmetting niet mogelijk is.
Problemen met eerdere toepassing PAL
Omdat er voorheen nog geen consensus bestond over welke hoeveelheden konden leiden tot een allergische reactie, werd een PAL in eerste instantie ook gebruikt bij theoretische risico’s. Bij onvoldoende onderbouwing voor de afwezigheid van allergenen werd simpelweg aangegeven dat kruisbesmetting niet uitgesloten kon worden in plaats van het leveren van bewijs dat kruisbesmetting daadwerkelijk kon optreden. Denk hierbij aan situaties waarin een allergeen in de kantine of in een andere productieruimte aanwezig was, maar er verder geen risico bestond op besmetting van de geproduceerde producten. Ook fouten die te wijten zouden zijn aan onjuist incidentenmanagement – zoals bijvoorbeeld het vergeten van een reiniging – werden gezien als een reden om een PAL te gebruiken. Hierdoor ontstond overmatig gebruik van de PAL en werd de geloofwaardigheid daarvan door consumenten in twijfel getrokken.
Om de onduidelijkheid rondom de risicobeoordeling weg te nemen, is er in het nieuwe beleid voor alle allergenen een referentiewaarde opgenomen. Alleen bij overschrijding van één of meer van deze waarden, dient uit voorzorg een allergenenetikettering te worden toegepast. Voor de allergeen pinda geldt nu bijvoorbeeld een referentiedosis van 2.0 mg totaal eiwit.
Implementatie nieuw beleid
Vanaf januari 2024 gold dat de Beleidsregel allergenenetikettering uit voorzorg kon worden toegepast, maar vanaf 1 januari 2026 is dit een verplichting. Hierbij is de productiedatum het uitgangspunt en mogen voorraden verpakt product ook nog na 1 januari 2026 worden uitverkocht (mits het levensmiddel niet onveilig is (Verordening (EG) Nr. 178/2002, artikel 14). Er wordt vanaf 1 januari 2026 een volledige implementatie van de kernelementen en aanpassing van de etiketten verwacht, zodat alle producten die na 1 januari 2026 worden geproduceerd voldoen aan het nieuwe beleid. Dit is inclusief de toeleveranciers, de risicobeoordeling van producten en grondstoffen met eventuele kruisbesmetting.
Om bedrijven te helpen voldoen aan de Beleidsregel allergenenetikettering uit voorzorg, heeft de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) samen met het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) de “Richtlijnen kruisbesmetting allergenen” opgesteld. De inhoud van deze richtlijn wordt bekrachtigd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en kan ook worden gebruikt als het uitgangspunt bij toezicht.
Uitgangspunten voor het gebruik van PAL
In lijn met het nieuwe beleid is het enkel toegestaan om op de volgende twee manieren een waarschuwing op het etiket te vermelden: ‘Kan xxx bevatten’ of ‘Niet geschikt voor xxx’. Dit is om de communicatie richting de consument zo duidelijk en eenduidig mogelijk te maken.
De uitgangspunten voor het gebruik van een PAL zijn als volgt opgenomen:
- Een PAL wordt alleen gebruikt als blijkt dat ondanks preventieve maatregelen een risico bestaat voor de allergische consument. De kruisbesmetting treedt dan aantoonbaar op en overschrijdt de veilige grens.
- Een PAL wordt niet gebruikt als geen risico blijkt uit de risicobeoordeling of de kans op kruisbesmetting niet aantoonbaar is.
Daarnaast mag een PAL niet gebruikt worden indien blijkt dat een allergeen altijd in een grondstof aanwezig is (dus in 100% van de steekproeven). Het gaat dan namelijk niet om een kans op kruisbesmetting, maar om een bewust toegevoegd ingrediënt waar geen risicobeoordeling voor moet worden uitgevoerd. Ingrediënten worden in de lijst van ingrediënten opgenomen, ongeacht de hoeveelheid daarvan.
Tot slot
De tijd zal leren of het nieuwe beleid het gebruik van de PAL zal beperken tot situaties waarin daadwerkelijk sprake is van een reëel risico voor de consument. Hoe dan ook zal dit beleid meer duidelijkheid en houvast bieden aan producenten en toezichthouders, doordat er binnen de Europese Unie en Nederland een uniforme werkwijze geldt. Aangezien de harde implementatiedatum in zicht komt, zullen de meeste etiketten ondertussen zijn aangepast en binnenkort in de winkel liggen.
Meer informatie
Heeft u vragen n.a.v. dit artikel, dan kunt u terecht bij een onze advocaten van Voedsel en Landbouw:




