Klanten
staan centraal
40+ jaar
juridisch expert
Nationaal
en internationaal
Neem contact op

Wetsvoorstel Wagevoe: wat houdt dit precies in?

­­Een wijziging van de enquêteprocedure en geschillenregeling? Het Wetsvoorstel Wet aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure kan daarvoor gaan zorgen.

In mei 2023 is het wetsvoorstel Wet aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure (de “Wagevoe”) door de Minister voor Rechtsbescherming voorgelegd aan de Koning. Het wetsvoorstel is vervolgens voorgelegd aan de Raad van State ter advisering. Op 28 juni 2023 heeft de Raad van State haar advies over de Wagevoe uitgebracht.

In het kort ziet de Wagevoe erop dat het ondernemingsrecht, en meer specifiek de geschillenregeling en het enquêterecht wordt aangepast. De aanpassing ziet op verbetering van een aantal procedurele aspecten van de twee procedures en een verruiming van de gronden waarop en aan wie de verschillende onderdelen van de geschillenregelingsprocedure kunnen worden toegewezen. In dit artikel zullen de verschillende aspecten van de Wagevoe nader worden toegelicht. In vervolgartikelen zullen wij u op de hoogte houden van de ontwikkelingen van dit wetsvoorstel. Houd hiervoor onze website in de gaten of schrijf u in voor onze nieuwsbrief.

Het wetsvoorstel

De Wagevoe ziet er in de kern op dat het enquêterecht en de geschillenregelingsprocedure en de samenhang tussen deze twee procedures wordt geoptimaliseerd. Met de Wagevoe wordt een balans gezocht tussen enerzijds een bredere toepassing en bevordering van de snelheid van de geschillenregeling en anderzijds het inrichten van een procedure die met voldoende zekerheden en waarborgen is omkleed. Hoe deze twee aspecten in de Wagevoe naar voren komen, wordt hierna verder uiteengezet. Daarnaast wordt met de Wagevoe beoogd om de toegang tot de enquêteprocedure voor aandeelhouders en certificaathouders van beursvennootschappen te verduidelijken, nu in de praktijk is gebleken dat de huidige drempels niet altijd duidelijk zijn.

De geschillenregeling

De huidige geschillenregeling

De huidige geschillenregeling bestaat al sinds 1989 en ziet op het beëindigen van verscheidene soorten geschillen tussen aandeelhouders. Zo kan bij de rechter worden gevorderd dat (i) een bepaalde aandeelhouder wordt verplicht zijn aandelen over te dragen aan zijn medeaandeelhouders (ook wel de “uitstotingsprocedure”, zoals vastgelegd in artikel 2:336 BW), (ii) medeaandeelhouder worden gedwongen de aandelen van een bepaalde aandeelhouder over te nemen (ook wel de “uittredingsprocedure”, zoals vastgelegd in artikel 2:343 BW), (iii) het stemrecht van een vruchtgebruiker of pandhouder van aandelen wordt overgedragen (zoals vastgelegd in artikel 2:342 BW) of (iv) de prijs van aandelen wordt vastgesteld indien tussen partijen overeenstemming bestaat over het uittreden van een aandeelhouder, maar niet over de prijs van die over te dragen aandelen (ook wel de “vriendelijke uittreding”, zoals vastgelegd in artikel 2:343c BW). In een eerder verschenen artikel gingen wij al uitgebreid in op de inhoud van deze verschillende procedures.

De procedures genoemd onder (i), (ii) en (iii) zijn in het huidige recht dagvaardingsprocedures en de procedure onder (iv) is een verzoekschriftprocedure. Een procedure die moet worden gestart met een dagvaarding kent andere procedurele regels dan een procedure die moet worden gestart met een verzoekschrift. Al de hiervoor opgesomde procedures worden in eerste aanleg gevoerd bij de rechtbank. Tegen een beslissing van de rechtbank staat hoger beroep open bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam (de “OK”).

Aanpassing van dagvaardingsprocedure naar verzoekschriftprocedure

Het doel van de Wagevoe is het verbeteren van de effectiviteit van de geschillenregelingsprocedures, waardoor aandeelhoudersgeschillen voortvarender, efficiënter en deskundiger kunnen worden beslecht. Hiervoor werd benoemd dat een deel van de procedures aanvangt met een dagvaarding, en een deel met een verzoekschrift. Met de Wagevoe worden alle procedures omgedoopt tot verzoekschriftprocedures. Het doel hiervan is het vergroten van de efficiëntie. In een verzoekschriftprocedure kunnen namelijk alle aandeelhouders in de regel worden aangemerkt als belanghebbenden. Een dagvaardingsprocedure daarentegen werkt in de regel enkel voor de partijen die direct betrokken zijn bij die procedure. Mocht een derde partij zich ook willen mengen in een dagvaardingsprocedure, dan komen daar diverse oproepings- voegings- en tussenkomstvraagstukken bij kijken, welke vraagstukken de snelheid en efficiëntie van de procedure zullen belemmeren. Door de omdoping van de procedures naar een verzoekschriftprocedure, krijgt de OK de mogelijkheid om alle aandeelhouders en andere belanghebbenden op te roepen in de procedure. Alle aandeelhouders krijgen hierdoor als belanghebbenden de gelegenheid om hun standpunt naar voren te brengen in de procedure. Deze voorgestelde wijziging in de Wagevoe zal dus de efficiëntie en snelheid van de diverse geschillenregelingsprocedures bevorderen.

Wegvallen feitelijke instantie

Verder voorziet de Wagevoe in een procedure bij één feitelijke instantie, namelijk de OK. Dit terwijl onder het huidige recht de rechtbank de eerste aangewezen instantie is voor een geschillenregelingsprocedure en partijen pas bij hoger beroep bij de OK terecht komen. Een verzoek tot uitstoting, tot uittreding, tot overdracht van stemrecht of tot vriendelijke uittreding moet volgens de Wagevoe in eerste instantie worden gedaan bij de OK, met enkel de mogelijkheid om tegen een beslissing van de OK in cassatie te gaan. Niet alleen zal het wegvallen van de rechtbank als eerste feitelijke instantie leiden tot meer snelheid, maar ook zal het ervoor zorgen dat specifieke ondernemingsrechtelijke geschillen direct worden aangebracht bij een gespecialiseerde rechter. Wel zorgt de Wagevoe ervoor dat partijen minder kansen hebben om hun gelijk aan te tonen, namelijk enkel bij de OK en de Hoge Raad. Dat partijen bij minder feitelijke instanties terecht kunnen om hun gelijk te halen, kan dus zowel als voordeel en als nadeel worden gezien.

Verruiming norm voor uitstoting

Verder ziet de Wagevoe erop dat de norm voor uitstoting ingevolge artikel 2:336 BW wordt verruimd. Onder het huidige recht kan uitstoting van een aandeelhouder alleen worden gevorderd als het gedrag van de betreffende aandeelhouder, waarbij het specifiek gaat om gedragingen in hoedanigheid van aandeelhouder, het belang van de vennootschap zodanig schaadt, dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap niet langer kan worden geduld. De toets “in hoedanigheid van aandeelhouder” zal onder de Wagevoe verdwijnen. Dit betekent in de praktijk dat een aandeelhouder ook andere gedragingen kunnen worden tegengeworpen, bijvoorbeeld gedragingen in hoedanigheid van bestuurder als het om een aandeelhouder gaat die tevens bestuurder is, of gedragingen van de aandeelhouder als concurrent van de vennootschap. Ook kan hierbij worden gedacht aan gedragingen van de aandeelhouder in zijn privéhoedanigheid zoals uitlatingen op sociale media die een negatief effect hebben op de vennootschap. Door deze verruiming kan een aandeelhouder veel sneller worden aangesproken op zijn gedragingen en kan eventuele verregaande schade voor de vennootschap eerder worden beperkt.

Toegang voor certificaathouders

Met de Wagevoe wordt de geschillenregeling ook toegankelijk gemaakt voor certificaathouders. Wel geldt dit enkel voor houders van certificaten met vergaderrecht bij de BV of houders van bewilligde certificaten bij de NV. Met bewilligde certificaten wordt bedoeld certificaten die met medewerking van de NV zijn uitgegeven. Aangezien deze soorten certificaathouders in de praktijk gelijkenis vertonen met aandeelhouders en in die positie bekneld kunnen raken, wordt het met de Wagevoe voor deze certificaathouders mogelijk om een verzoek tot uittreding of vriendelijke uittreding te doen. Niet wordt het voor de certificaathouders mogelijk om een verzoek tot uitstoting in te dienen, aangezien dit volgens de wetgever niet strookt met de ratio van certificering van aandelen.

Samenhangende vorderingen

Tot slot wordt met de Wagevoe de mogelijkheid gecreëerd om in een procedure waar een vordering tot uitstoting of uittreding wordt behandeld, ook eventueel daarmee samenhangende vorderingen in te stellen bij de OK. Het gaat dan om vorderingen die normaal gezien niet voor behandeling bij de OK in aanmerking zouden komen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een vordering tot schadevergoeding in verband met bepaalde gedragingen. Door de mogelijkheid te bieden deze vorderingen tezamen met een vordering tot uitstoting of uittreding te behandelen, wordt getracht de oplossing van het geschil te bespoedigen en parallel lopende procedures bij verschillende instanties te voorkomen. Het is vervolgens aan de OK om te bepalen of de samenhangende vorderingen inderdaad kunnen worden meegenomen, of dat deze zich niet lenen voor een gezamenlijke behandeling en de zaken gesplitst moeten worden. Gesplitste zaken moeten vervolgens volgens de eigen regels worden gevoerd en het kan dus voorkomen dat voor bepaalde vorderingen alsnog een procedure bij de rechtbank moet worden gestart.

De toegang tot de enquêteprocedure voor kapitaalverschaffers van beursvennootschappen

De huidige enquêteprocedure

De enquêteprocedure kan worden gestart op verzoek van een belanghebbende (bijvoorbeeld een aandeelhouder of certificaathouder) en ziet op het ingrijpen bij een rechtspersoon door de OK met het oog op sanering en herstel van de gezonde verhoudingen binnen die rechtspersoon. De enquêteprocedure vangt aan met een verzoek tot het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon, waarna de OK een oordeel zal vellen over dat beleid. Een mogelijkheid is dat de OK oordeelt dat sprake is van wanbeleid en vervolgens maatregelen treft om dit wanbeleid ongedaan te maken.

Voor kapitaalverschaffers van beursvennootschappen geldt onder het huidige recht een ontvankelijkheidseis voor de toegang tot de enquêteprocedure. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen toegang tot het enquêterecht voor (i) vennootschappen met een geplaatst kapitaal van maximaal EUR 22,5 miljoen en (ii) vennootschappen met een geplaatst kapitaal groter dan EUR 22,5 miljoen. Voor vennootschappen met een geplaatst kapitaal van maximaal EUR 22,5 miljoen geldt dat houders van aandelen of van certificaten van aandelen die ten minste 10% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen of rechthebbende zijn op een bedrag van aandelen of certificaten daarvan tot een nominale waarde van EUR 225.000,00 toegang hebben tot de enquêteprocedure. Voor de tweede categorie, vennootschappen met een geplaatst kapitaal van meer dan EUR 22,5 miljoen geldt dat de aandeelhouders en/of certificaathouders gezamenlijk 1% van het geplaatst kapitaal moeten vertegenwoordigen of de aandelen of certificaten daarvan ten minste een waarde van EUR 20 miljoen vertegenwoordigen.

De voorgestelde aangepaste enquêteprocedure

Gebleken is dat ten aanzien van voornoemde ontvankelijkheidseisen in de praktijk vaak verwarring ontstaat en is gebleken dat deze criteria het voor beursvennootschappen met een geplaatst kapitaal van maximaal EUR 22,5 miljoen mogelijk ongewenst negatief effect hebben op de toegankelijkheid voor kapitaalverschaffers. De Wagevoe voorziet daarom in een aparte ontvankelijkheidseis voor de enquêteprocedure voor kapitaalverschaffers van beursvennootschappen. Voor deze beursvennootschappen zal gelden dat zowel de 1%-grens als de EUR 20 miljoengrens als te onderscheiden alternatieve criteria gelden. Hiermee moet worden voorkomen dat een strikte toepassing van de ontvankelijkheidscriteria beursvennootschappen met een hoge beurswaarde maar een geringe nominale waarde van aandelen, beperkter toegang hebben tot het enquêterecht.

Advisering Raad van State

De Raad van State heeft naar aanleiding van het wetsvoorstel bij twee hoofdpunten aanvullende opmerkingen geplaatst. Ten eerste met betrekking tot de toelichting bij het wetsvoorstel. In de toelichting wordt de verhouding van het wetsvoorstel tot het hogere recht aan de orde gesteld. De Raad van State merkt op dat de uitstotingsregeling mogelijkheid een gerechtvaardigde inbreuk vormt op het eigendomsrecht van artikel 1 van het Eerste Protocol van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dat, maar dat verwijzingen naar hiervoor relevante jurisprudentie in de toelichting ontbreken. Ten tweede plaatst de Raad van State een opmerking bij de verhouding van de uitstotingsregeling tot het relevantie Unierecht, in het bijzonder het vrij verkeer van kapitaal. Het feit dat een aandeelhouder door de uitstotingsregeling onvrijwillig zijn aandelen kwijt kan raken, kan voor een buitenlandse aandeelhouder afschrikkend werken om in een Nederlandse vennootschap te investeren. Nu de gronden voor de uitstotingsregeling met de Wagevoe worden verruimd, wordt deze mogelijke belemmering versterkt. De Raad van State heeft dan ook verzocht om nadere toelichting op deze twee punten.

Meer informatie

Heeft u vragen over het wetsvoorstel Wagevoe of de mogelijke implicaties die de inwerkingtreding van de Wagevoe voor u zouden kunnen hebben, neem dan contact op met een van onze advocaten van de sectie ondernemingsrecht.

Artikelen en klantverhalen binnen dit specialisme