Klanten
staan centraal
40+ jaar
juridisch expert
Nationaal
en internationaal
Neem contact op

Ladingdiefstal en fake carriers: wie is aansprakelijk voor de schade?

Fraude in de logistieke keten is allang geen uitzonderlijk verschijnsel meer. Steeds vaker worden goederen onderschept door zogenoemde ‘fake carriers’: criminelen die zich voordoen als legitieme vervoerders en vervolgens met de lading verdwijnen. Daarnaast blijft ladingdiefstal door chauffeurs of ondervervoerders een hardnekkig probleem. Recent werd zelfs bekend dat vanuit de sector wordt gewerkt aan een systeem waarmee betrokken chauffeurs kunnen worden geregistreerd om ladingdiefstal beter te bestrijden.

Wanneer goederen verdwijnen rijst al snel de vraag wie verantwoordelijk is voor de schade. Is dat de vervoerder, de expediteur of de opdrachtgever zelf?

Een toenemend risico voor de logistieke sector

De werkwijze van fraudeurs wordt steeds professioneler. Zij maken bijvoorbeeld gebruik van gestolen bedrijfsgegevens, vervalste documenten of gekaapte e-mailaccounts om transportopdrachten binnen te halen. Voor opdrachtgevers lijkt alles op het eerste gezicht in orde, totdat blijkt dat de goederen nooit op de plaats van bestemming aankomen. Naast de directe schade kan een dergelijke situatie leiden tot complexe aansprakelijkheidsdiscussies. De uitkomst daarvan hangt vaak af van de rol die de betrokken logistieke dienstverlener vervult.

De aansprakelijkheid van de vervoerder

Wanneer een partij zich verbindt om goederen van A naar B te vervoeren, is in beginsel sprake van een vervoersovereenkomst. De vervoerder neemt de goederen onder zijn hoede en is verantwoordelijk voor de aflevering daarvan op de overeengekomen bestemming. Gaan goederen tijdens het vervoer verloren of worden zij gestolen, dan kan de vervoerder daarvoor aansprakelijk zijn. Bij internationaal wegvervoer zijn bovendien vaak de regels van het CMR-Verdrag van toepassing. Deze regels bieden opdrachtgevers bescherming, maar bevatten tegelijkertijd diverse aansprakelijkheidsbeperkingen voor vervoerders. Bij fraude met zogenoemde ‘fake carriers’ kunnen echter aanvullende vragen ontstaan. Zo kan discussie ontstaan over de vraag of een vervoerder die een frauduleuze ondervervoerder heeft ingeschakeld een beroep kan doen op de gebruikelijke aansprakelijkheidsbeperkingen. De beantwoording daarvan hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval. Of daadwerkelijk aansprakelijkheid bestaat, hangt steeds af van de feiten, de oorzaak van het verlies en de toepasselijke contractuele en wettelijke regels.

De positie van de expediteur

De positie van de expediteur verschilt wezenlijk van die van een vervoerder. Een expediteur voert het vervoer in beginsel niet zelf uit, maar organiseert het transport namens zijn opdrachtgever (ook wel: ‘doen vervoeren’). Daarbij schakelt de expediteur vaak vervoerders of andere logistieke dienstverleners in. Dat betekent niet dat een expediteur nooit aansprakelijk kan zijn. Van een professionele expediteur mag worden verwacht dat hij zorgvuldig handelt bij de selectie van vervoerders en alert is op signalen van mogelijke fraude. Zeker nu ‘fake carriers’ steeds actiever zijn, neemt het belang van een zorgvuldige controle van contractspartijen toe. De vraag die in de praktijk regelmatig terugkomt, is of de expediteur voldoende maatregelen heeft genomen om fraude te voorkomen en of hij mocht vertrouwen op de informatie die hem ter beschikking werd gesteld.

Expeditie of vervoer?

Bij schadegevallen blijkt vaak dat het onderscheid tussen een expediteur en een vervoerder minder duidelijk is dan partijen vooraf dachten. In procedures wordt regelmatig gediscussieerd over de vraag of een logistiek dienstverlener daadwerkelijk als expediteur heeft opgetreden of feitelijk als vervoerder moet worden beschouwd. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de naam van de overeenkomst, maar vooral naar de feitelijke werkzaamheden en de verwachtingen die bij de opdrachtgever zijn gewekt. Dat onderscheid is van groot belang. Wordt een partij als vervoerder aangemerkt, dan kan dit leiden tot een aanzienlijk verdergaande aansprakelijkheid dan wanneer sprake is van een zuivere expeditieovereenkomst.

Hoe kunnen bedrijven risico’s beperken?

Nu fraudeurs steeds professioneler te werk gaan, is preventie belangrijker dan ooit. Bedrijven doen er verstandig aan om vervoerders en logistieke partners zorgvuldig te controleren voordat een opdracht wordt verstrekt. Daarnaast is het raadzaam om:

  • Duidelijke afspraken vast te leggen over verantwoordelijkheden en aansprakelijkheid;
  • Passende voorwaarden van toepassing te verklaren (bijv. over bepaalde veiligheidsmaatregelen die in acht moeten worden genomen);
  • Interne controleprocedures te hanteren bij het verstrekken van transportopdrachten; en
  • Periodiek te beoordelen of verzekeringen nog aansluiten bij de actuele risico’s.

Conclusie

Ladingdiefstal en ‘fake carriers’ vormen een toenemend risico binnen de transport- en logistieke sector. Wanneer goederen verdwijnen, is niet altijd direct duidelijk wie voor de schade moet opdraaien. Het antwoord hangt vaak af van de vraag of sprake is van vervoer of expeditie en van de verantwoordelijkheden die partijen contractueel en feitelijk op zich hebben genomen. Juist daarom is het voor vervoerders, expediteurs en opdrachtgevers van belang om hun contracten, procedures en risicobeheersing regelmatig tegen het licht te houden. Een goede voorbereiding kan niet voorkomen dat fraudeurs actief zijn, maar wel helpen om de gevolgen van een incident zoveel mogelijk te beperken.

De specialisten van de sectie Handel, Industrie & Logistiek adviseren en procederen regelmatig over vervoersovereenkomsten, expeditieovereenkomsten, CMR-kwesties, ladingdiefstal, aansprakelijkheid van logistieke dienstverleners en geschillen binnen de logistieke keten. Heeft u vragen over de aansprakelijkheid van een vervoerder of expediteur, of bent u geconfronteerd met fraude of ladingdiefstal? Neem dan gerust contact op met één van onze specialisten:

Artikelen en klantverhalen binnen dit specialisme