Klanten
staan centraal
40+ jaar
juridisch expert
Nationaal
en internationaal
Neem contact op

Het informatierecht van (minderheids-)aandeelhouders: waar kan om worden verzocht?

Regelmatig krijgen wij de vraag voorgelegd in hoeverre het bestuur van een vennootschap verplicht is om bepaalde informatie te delen met de aandeelhouders. Meestal omdat een individuele aandeelhouder het bestuur heeft benaderd met het verzoek om inzicht te krijgen in bepaalde informatie. Voor het bestuur ligt dan de vraag voor of zij de gevraagde informatie met de betreffende aandeelhouder moet delen of niet.

De hoofdregel

De hoofdregel in het Nederlandse vennootschapsrecht is dat het bestuur verplicht is om aan de algemene vergadering van aandeelhouders alle door de algemene vergadering verlangde inlichtingen te verschaffen, tenzij een zwaarwichtig belang van de vennootschap zich daartegen verzet. Het gaat hier om een verzoek dat door een aandeelhouder in (aanloop naar) de algemene vergadering is gedaan. Dit recht van de algemene vergadering wordt ook wel aangeduid als het informatierecht en is vastgelegd in artikel 2:107/217 lid 2 BW. Het informatierecht is een recht van de algemene vergadering als orgaan met het oog op het afleggen van vennootschappelijke rekening en verantwoording door het bestuur. Tijdens de algemene vergadering kan iedere aandeelhouder, ongeacht zijn aandelenbelang, vragen stellen aan het bestuur en om bepaalde inlichtingen verzoeken. Die vragen kunnen ook voorafgaand aan de algemene vergadering worden gesteld, zodat die in de algemene vergadering kunnen worden behandeld.

Voor het bestuur geldt een zorgplicht bij het delen van informatie met de aandeelhouders. Informatie die schadelijk kan zijn voor, bijvoorbeeld, de concurrentiepositie van de vennootschap indien deze informatie wordt gedeeld, hoeft in principe niet te worden gedeeld. Dit belang valt aan te merken als zwaarwichtig belang van de vennootschap. Het belang van de vennootschap dient in dit geval voor te gaan op het belang van de aandeelhouder(s). Verder dient het bestuur bij de beoordeling of bepaalde informatie wel of niet aan de aandeelhouders moet worden verschaft de grenzen van de redelijkheid en billijkheid in acht nemen. Enkel informatie met betrekking tot de zaken die de vennootschap echt aangaan kan door de aandeelhouders worden verzocht.

Informatierecht buiten de algemene vergadering

De individuele aandeelhouder kan in beginsel niet buiten een algemene vergadering om bepaalde informatie verzoeken bij het bestuur, althans, dat verzoek kan wel worden gedaan, maar daar hoeft het bestuur dan in beginsel niet op in te gaan. In de rechtspraak echter is aangenomen dat een individuele aandeelhouder onder bijzondere omstandigheden wel gerechtvaardigd om informatie kan verzoeken.

Dit betreft bijvoorbeeld het geval dat de aandeelhouder in kwestie als enige aandeelhouder geen onderdeel uitmaakt van het bestuur. Wanneer alle andere aandeelhouders tevens bestuurder zijn, geldt dat zij een informatievoorsprong hebben ten opzichte van de aandeelhouder die geen bestuurder is. Onder omstandigheden kan deze enkele aandeelhouder dus ook buiten vergadering om inzicht in bepaalde informatie verzoeken. Het informatierecht buiten de algemene vergadering wordt dan gerechtvaardigd door het belang van voorkomen van informatieasymmetrie tussen aandeelhouders. Weigert het bestuur om de gevraagde inlichtingen te verschaffen, dan kan de aandeelhouder naar de Ondernemingskamer stappen met het verzoek om maatregelen te treffen. Het niet delen van informatie kan voor de Ondernemingskamer aanleiding zijn om te twijfelen aan een juiste gang van zaken binnen de vennootschap en een onderzoek gelasten naar eventueel wanbeleid.

Een andere mogelijkheid voor de aandeelhouder om om specifieke informatie te verzoeken, is het instellen van een zogenaamde “exhibitievordering” bij de rechtbank, ook wel een artikel 843a Rv-vordering. Voor het toewijzen van een exhibitievordering moet aan vier cumulatieve vereisten zijn voldaan: (i) de partij van wie bescheiden wordt gevorderd moet over die bescheiden kunnen beschikken, (ii) de eisende partij moet een rechtmatig belang hebben bij de bescheiden, (iii) de bescheiden moeten een rechtsbetrekking betreffen die de eisende partij aangaat, en (iv) de bescheiden moeten voldoende bepaald zijn. Zelfs als aan voornoemde vereisten is voldaan, kan de vordering worden afgewezen indien: (i) een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd, of (ii) gewichtige redenen bestaan om de gevraagde gegevens niet te verschaffen.

De aandeelhoudersovereenkomst

Los van de wettelijke uitgangspunten, kunnen aandeelhouders onderling afwijkende afspraken maken over het individuele recht op informatie, bijvoorbeeld door hier afspraken over op te nemen in de aandeelhoudersovereenkomst. Een vrij standaard bepaling in de aandeelhoudersovereenkomst is dat de aandeelhouders ook buiten een algemene vergadering om bepaalde informatie kunnen verzoeken. Om het werkbaar te houden, is aan te raden om vrij specifiek te zijn over welke informatie kan worden opgevraagd. Om die reden wordt het soort informatie in de aandeelhoudersovereenkomst vaak gespecificeerd. Om deze bepalingen eenvoudig in te kunnen roepen jegens de vennootschap, dient ook de vennootschap partij te zijn bij de overeenkomst. Als geen afwijkende bepalingen zijn opgenomen in een overeenkomst, dan gelden de wettelijke uitgangspunten.

In de praktijk

In een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden stond de vraag centraal of (het bestuur van) een vennootschap verplicht was om bepaalde informatie te verschaffen aan een van haar aandeelhouders. De aandeelhouder in kwestie, met een aandelenbelang van 3,6%, verzocht het bestuur tijdens een algemene vergadering om inzicht in specifieke informatie ten aanzien van de jaarrekening en ten aanzien van een voorgenomen fusie. Het bestuur heeft nagelaten de aandeelhouder van deze informatie te voorzien, althans dat meent de aandeelhouder. In deze procedure vordert de aandeelhouder alsnog inzage in deze informatie. De vennootschap stelt daarentegen dat de verlangde informatie reeds aan de aandeelhouder is verstrekt en dat de aandeelhouder geen belang heeft bij inzage in meer c.q. aanvullende informatie. Daartoe stelt het bestuur dat zelfs al zou de aandeelhouder buiten de algemene vergadering om een informatierecht hebben, onder de gestelde omstandigheden een zwaarwichtig belang van de vennootschap bestaat die zich tegen het verder verschaffen van informatie verzet. Het hof volgt het verweer van de vennootschap en wijst de informatievordering van de aandeelhouder af.

Subsidiair stelde de aandeelhouder een exhibitievordering in op grond van artikel 843a Rv. Het hof neemt de hiervoor reeds uiteengezette vereisten voor het toewijzen van een exhibitievordering in acht en meent dat de aandeelhouder onvoldoende heeft onderbouwd dat het bestuur jegens haar onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht. Daarnaast neemt het hof de belangen van de vennootschap in acht en de bij de van de aandeelhouder te verwachten redelijkheid bij het verzoeken om informatie. Met inachtneming van voorgaande wordt ook de vordering op grond van artikel 843a Rv door het hof niet toegewezen.

Meer informatie

Mocht u vragen hebben over het informatierecht van aandeelhouders of tegen een specifieke kwestie aanlopen waarin een aandeelhouder om informatie verzoekt, neem dan contact op met een van onze advocaten van de sectie ondernemingsrecht.

Artikelen en klantverhalen binnen dit specialisme